FAQ
Wat is VLAB?
VLAB, de Vlaamse Federatie van Beschutte Werkplaatsen, is een overkoepelende werkgeversfederatie. Alle 67 Vlaamse erkende beschutte werkplaatsen zijn aangesloten bij VLAB. VLAB heeft tot doel hun belangen te behartigen en doet dit door de werking van deze organisaties te coördineren, hun ontwikkeling te bevorderen en hen te vertegenwoordigen in externe organen.

Wat is een BW?
Een beschutte werkplaats is in de eerste plaats een tewerkstellingsplaats voor alle werkwillige personen met een arbeidshandicap die tijdelijk of definitief niet in het normaal economische circuit terecht kunnen, waarbij personen met een handicap de prioritaire doelgroep vormen. Uiteindelijk doel van de beschutte werkplaats is de tewerkstelling van personen met een arbeidshandicap met het oog op hun verbeterde integratie in de maatschappij. De arbeid staat dus centraal.

Hoeveel BW zijn er in Vlaanderen?
In Vlaanderen zijn momenteel 67 erkende beschutte werkplaatsen. Zij zijn ondergebracht in 54 juridische entiteiten.

Wie werkt in een BW?
Beschutte werkplaatsen stellen personen met een arbeidshandicap tewerk. Dat zijn mensen die tijdelijk of definitief niet op de gewone arbeidsmarkt terechtkunnen. Momenteel werken er 19 000 mensen in beschutte werkplaatsen, waarvan 16 000 met een arbeidshandicap en 3 000 als omkaderingspersoneel. De tewerkstellingsgraad van de sector is vergelijkbaar met die van de auto-industrie! Om in een beschutte werkplaats aan de slag te kunnen, moet de De VDAB (Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding) een arbeidshandicap officieel erkennen. Zowel lichamelijke als mentale handicaps worden erkend, maar ook persoonlijke en externe factoren kunnen een rol spelen. Momenteel heeft 85 % van de werknemers een mentale handicap.

Vormen BW oneerlijke concurrentie voor reguliere bedrijven?
Beschutte werkplaatsen krijgen effectief subsidies van de overheid. Het gaat hier echter enkel om loonsubsidies, als compensatie voor het lagere rendement van personen met een arbeidshandicap en hun behoefte aan extra begeleiding. Voor het overige halen ook beschutte werkplaatsen hun inkomsten uit de eigen productie. Niets belet ook 'gewone' bedrijven om ook personen met een arbeidshandicap in dienst te nemen, en zelf op die manier ook subsidies van de overheid te krijgen.

Wat is de maatschappelijke meerwaarde van een BW?
De beschutte werkplaatsen bieden mensen met een arbeidshandicap een aantal 'bakens'. De meest voor de hand liggende maar misschien wel de belangrijkste is de mogelijkheid een eigen inkomen te verwerven. Verder geeft deze tewerkstelling structuur aan hun leven, iets wat zij nog meer nodig hebben dan 'gewone' werknemers en stelt het hen in staat een netwerk van sociale relaties uit te bouwen. De tewerkstelling creëert bovendien een gevoel van eigenwaarde dat voortvloeit uit de fierheid op hun werk. Al deze voorgaande meerwaarden leiden tot de vijfde baken: de kans op een autonoom leven. Om deze tewerkstelling te realiseren en het rendementsverlies van personen met een arbeidshandicap op te vangen, krijgen de beschutte werkplaatsen subsidies van de overheid. Deze subsidies betekenen echter geen extra kost voor de overheid. Elke euro die zij in de beschutte werkplaatsen investeert, bespaart ze op een andere kostenpost. Een studie van professor Pacolet wees uit dat de beschutte werkplaatsen de overheid een netto baat van 21 miljoen euro per jaar opleveren.

Wat is het verschil tussen een BW en een regulier bedrijf?
Het verschil zit in de begeleiding op maat. De expertise van het omkaderingspersoneel zorgt voor goede resultaten en ontplooiingskansen voor de werknemers. Een beschutte werkplaats heeft niet alleen een sociale taak maar ook een economische verantwoordelijkheid. Het is voortdurend balanceren tussen die twee. In vergelijking met de reguliere sector moeten hier meer mensen aan het werk gezet worden voor eenzelfde taak. De sector krijgt financiële ondersteuning van de overheid om het rendementsverlies van mensen met een arbeidshandicap te compenseren.

Welke impact heeft de economische crisis (gehad) op de sector?
Dankzij de inspanningen van de werkplaatsen zijn in de sector geen ontslagen gevallen. Er zijn wel meer mensen in economische werkloosheid (in de volksmond beter bekend als technische werkloosheid) gezet doordat er minder opdrachten waren. Deze 'werkloze' uren werden gecompenseerd door opleidingen. Geen verloren tijd dus, want op die manier werkt men aan de persoonlijke ontwikkeling van de werknemers. Ondertussen gingen de werkplaatsen ook op zoek naar nieuwe klanten uit minder conjunctuurgevoelige markten, zoals overheidsinstellingen. Naast de gevolgen van de economische crisis, kampen de werkplaatsen ook met een toenemende vergrijzing. Lange loopbanen (mensen behouden jaren dezelfde job) en een hoger aantal oudere werknemers beperken de mogelijkheden op instroom van jonge werkkrachten. Naarmate de leeftijd stijgt, werken mensen meer deeltijds en daalt het rendement. Die verzwakking houdt risico's in.
50 % van de werknemers in de beschutte werkplaatsen is ouder dan 45 jaar. Dat zijn geen rooskleurige cijfers.

Kunnen werknemers uit een BW later aan de slag in een regulier bedrijf?
Arbeid en groei staan centraal in de beschutte werkplaatsen. In het beschutte arbeidsmilieu wordt consequent gestreefd naar een betere integratie van de zwakkeren in de maatschappij. Sommige werknemers kunnen het na verloop van tijd proberen in het normale arbeidscircuit. Hiervoor worden bedrijven uit de reguliere economie gesensibiliseerd en wordt een beroep gedaan op hun sociaal engagement. Het risico dat dit mislukt is echter reëel. Het loopt wel eens vast op punten zoals rentabiliteit en snelheid. Bedrijven kunnen niet steeds onbeperkt rekening houden met zwakkere werknemers die meer begeleiding nodig hebben. En de werknemers zelf kampen soms met aanpassingsproblemen. Een tussenoplossing is het enclavewerk: de werknemer voert zijn opdracht uit in het bedrijf van de opdrachtgever, maar onder begeleiding van een monitor. Voor velen betekent dit extra arbeidsvreugde.

Welke uitdagingen zijn er voor de toekomst?
Christel Vanroelen, algemeen directeur VLAB vzw: "We gaan de toekomst in met het maatwerkdecreet. Dat betekent dat we iedereen een rugzak willen meegeven in functie van zijn of haar mogelijkheden. We moeten blijven werken aan duurzaamheid en aan structurele samenwerking met bedrijven want we leven nog te veel van kortetermijncontracten. De verschuiving van eenvoudige handenarbeid naar de lagelonenlanden is nefast voor de sociale economie in ons land. Het is van cruciaal belang dat we onze troeven op het vlak van service, kwaliteit en flexibiliteit uitspelen. Nu meer dan ooit. We zien al een stijging van het enclavewerk, dat is een bemoedigende evolutie. En we blijven de voordelen van de sector in de kijker zetten en nog meer gekwalificeerd omkaderingspersoneel aantrekken met expertise en een groot sociaal engagement. Zo hopen we dat werken in deze bijzondere sector populairder wordt. Want het staat buiten kijf: in onze Vlaamse beschutte werkplaatsen werken 19 000 gemotiveerde mensen die tot heel veel in staat zijn."